Tungelroy en de Tweede Wereldoorlog

Oorlogskroniek
10 april 2015

In september 2009 verscheen van Willem Lenaers de "Oorlogskroniek van Stramproy en omgeving". Hierin werden ook enkele feiten uit Tungelroy vermeld. We wisten al dat nadat de Piuszaal in november 1943 verwoest werd er niemand gewond of gedood raakte. Toch blijkt uit het boek anders. Er raakte namelijk twee leden van de NAD licht gewond en er werd een paard gedood bij Haag Zjang. Download het artikel voor meer informatie >>
 


ZIJ DIE VIELEN


Ergens op de wereld zal er altijd oorlog zijn
Ergens op de wereld is veel verdriet en pijn.
Ergens op de wereld maken mensen elkaar af.
Ergens op de wereld ligt een soldaat in een verlaten graf.
Omgekomen door een kogel, een granaat of landmijn.
Het kan toch niet zo zijn.
Hun ouders, broers en zussen achter moeten laten.
Niet meer met hun geliefde of kinderen kunnen praten.
Velen hebben hun vader nooit gekend.
Kleinkinderen worden nooit door hun opa verwend.
Zij allen zitten nog met zoeel vragen.
Die zij hun hele leven met zich mee zullen dragen.
Een stukje uit hun puzzel zijn ze kwijt
Voor altijd….
Dat stukje ligt veraf in een voor hun onbekend graf
Dit heeft voor de nazaten diepe wonden achtergelaten.
Jullie allen moeten weten,
Deze helden mogen wij nooit vergeten.
Hebben wij er ooit bij stilgestaan,
wat zij allen voor onze vrijheid hebben gedaan.
Deze 4 piloten zijn boven ons dorpje afgeschoten.
Het valt te betreuren, maar dit mag nooit meer gebeuren.
Duizenden zijn op deze manier omgekomen.
Weggerukt uit hun jonge leven hun toekomstdromen.
Als herinnering is er ieder jaar een dodenherdenking.
Oud-strijders worden dan naar ons land gehaald.
En dat alles wordt door de overheid betaald.
Maar deze 4 jongens waren nog jonge strijders
En met duizenden anderen onze bevrijders.
Maar ze vergaten n ding.
Hoe het die families verging.
Daar werd nooit over gepraat of geschreven.
Velen van hun zagen nooit hun graf.
De minst gesitueerden hadden geen geld
het was te veraf
De overheid heeft niets gedaan,
En hebben deze mensen in de kou laten staan.
Het is allemaal verleden tijd,
maar ik wou dit toch even kwijt.
Om terug te komen op deze vier piloten
die boven ons dorp werden beschoten
Hun vliegtuig viel als een brandende fakkel uit de lucht.
Dit was hun laatste vlucht.
Hun dood kwam zo onverwacht.
Deze vier piloten hadden hun missie volbracht
Onze Lieve Heer heeft jullie hier verwacht,
en jullie naar deze rustplaats gebracht.
Naar dit dorpje nog zo klein
Het kan toch geen toeval zijn
Dat jullie alle vier hier rusten naast het missiekruis
Dit is een teken, jullie horen bij ons.
Jullie zijn hier thuis
Heel Tungelroy is trots en fier
Want deze plaquette zal een blijvende herinnering zijn
Aan jullie alle vier, want jullie blijven hier.
Op deze bijzondere plek heel rustig en mooi
In ons kleine dorpje Tungelroy.
Ga bij deze jongens dan even knielen
Leg eens een bloempje op hun graf.
Eert hen en vele anderen
die voor de vrijheid vielen
Neem daar even je hoed voor af….

An Verdonkschot
voorgedragen tijdens de 50 jarige herdenking van de 4 oorlogsslachtoffers die begraven liggen in Tungelroy:
Keith Selwyn Bell (23), Graham Johnson (19), Laurence Havard Jones (21) en Arthur Morley Wilkinson (23)

Over Tungelroy en de Tweede Wereldoorlog is al veel geschreven. We kennen allemaal het boek "Tungelroy en de Tweede Wereldoorlog" door Sjiel Kiggen en co-auteur Jac Vanderfeesten. Verder zijn er ook publicaties geweest van Silv Joosten (tsse Wel en Pelmersheij) en in het algemeen nog een groot aantal artikelen. Toch besteden we aandacht aan deze periode op deze website. Het varieert van foto's tot artikelen die door de jaren heen gepubliceerd zijn. Ook in het verzet is Tungelroy actief geweest en de namen van Truus Swinkels-van Geneijgen en Tjeu Beelen mogen hier niet ontbreken. Maar in de loop der jaren kwamen er steeds meer artikelen, foto's en documenten vrij waarin Tungelroy en de Tweede Wereldoorlog genoemd werd. Deze pagina is een goede pagina om deze gegevens te verzamelen.


bomkrater biej Hallefers, Truppertstraat, WOII, 7 nov 1943

Lei Beelen

Naar later bekend is geworden hield Lei Beelen een dagboek bij. Hij is de zoon van Henricus Hubertus Beelen (1887-1975) en Maria Hubertina Tilmans (1879-1948). Hij schrijft onder andere dat er op 10 april 1939 al grote spanning is en dat men voelt dat er iets staat te gebeuren. Soldaten beginnen stellingen aan te brengen o.a. bij de Tungelroyse Beek. Op 15 april 1940 laat hij weten dat de bevolking van Tungelroy erover praat: "wat tungtig ter van? Ich geluif detj haost losbriktj". Op 10 mei 1940 schrijft hij: "Bruggen vliegen de lucht in en geweren en kanonnen razen. De aarde schudt en beeft. En dit alles bij zo'n mooie lentemorgen." Op 11 mei is de oorlog een feit: "Buiten komen de Duitsers langs met tanks en fiets, motors, paarden, te voet en vliegtuigen brullen door de lucht".

Op 24 april 1941 is er een gouden bruiloft in Tungelroy (Kuppens-van de Wal). Lei Beelen: "Alles versierd met rood-wit-blauw. Heel 't dorp werkt niet en het bruidspaar heeft in ieder Caf 'n ton bier van 50 liter gelegd. Dat zijn 16 vaten bier = 800 liter voor heel 't dorp! 't is veel man. Na de serenade van 18.00 uur is er na verloop van 2 uur niets meer te vinden van het gratis bier. Er kwamen nog eens 16 vaatjes bij. Dat is per persoon 5 liter bier. Man en vrouw. 't Was reuze gezellig. Alles was op stap van caf naar caf. Alle meisjes hadden een jongen bij elkaar gezocht. De getrouwde mannen namen hun nodige bier...

6 december 1942: In Tungelroy zijn de klokken uit de toren gehaald en staan onder aan de voet van de toren te wachten tot ze hun dorp worden uitgevoerd.

27 juni 1943: Tungelroy heeft 40 onderduikers. Het is op de 2,5 huizen 1 onderduiker. Van de Engelsman wordt gezegd: Het is eine verrekkeling, hae kumptj toch neet.

     
Onderduikers Tungelroy: li van 15-08-1942 tot 30-01-1943 (Halfers) naam onbekend, rechts onderduiker Eugenie Haneuse (Halfers)

22 september 1944: 's morgens komt bericht dat de Tommies (Engelsen) in Weert zijn. 't is ongelooflijk. Eindelijk dan. Om 6 uur 's avonds komen de eerste Engelsen in Tungelroy. Om 10 uur komen de laatste Duitsers langs.
23 september 1944: we zien niemand. Geen Mof, geen Tommies; we zijn neutraal.
24 september 1944: We krijgen nu voorgoed Tommies.

Hier kunt u het gehele document van het dagboek van Lei Beelen downloaden:


Rustpauze aan de Tungelroyse Beek tijdens de evacuatie van de bevolking van Weert
in verband met de verwachte gevechtshandelingen 11 mei 1940, met onder andere de Weerter familie Koppijn, vader, moeder, zoon, dochter, baby en kraamverpleegster Spanjers
 

Tjeu Beelen

Luctor er Emergo - Fiat Libertas
Als er geallieerde piloten in bezet gebied terecht kwamen, bijvoorbeeld doordat hun vliegtuig door afweergeschut was geraakt kwam er een heel netwerk van verzetsmensen in actie om ervoor te zorgen dat deze piloten weer veilig naar bijvoorbeeld Engeland of via Frankrijk naar Spanje werden gesmokkeld. En van deze verzetsmensen was Matthieu Beelen, geboren op 13 april 1919 te Weert en overleden op 18 november 1997 te Tungelroy. Hij deed dat werk toen hij net in de twintig was en net met verlof was als dienstplichtig militair. Het was heel gevaarlijk werk, waarbij geluk ook een belangrijke rol speelde. Tjeu heeft altijd gezegd: “ik was een van de vele schakels die een handje heeft geholpen. Je voelde dat je het moest doen”. Een heldenrol heeft hij zichzelf nooit toegedicht, maar hij zei er het volgende over:
“Laat niemand mij vertellen dat je niet bang was. Onzin, je wist dat je constant een groot risico liep. Je was afhankelijk van hulp en van heel veel geluk.”


Tjeu Beelen en Josephien Claessen (trouwfoto)

Het werk als verzetsman begon voor Tjeu Beelen bij de bouw van de barakken in de Tungeler Wallen. Hij weigerde daar een vlaggenmast te plaatsen waar een vlag met hakenkruizen zou wapperen. Met een kameraad probeert hij een vluchtlijn op te zetten, maar hij liep tegen de lamp en werd te werk gesteld bij een franse boer. Als hij gevlucht is komt hij terecht in de Achelse Kluis, waar hij diaken Kloeg leert kennen.
Via Kloeg leert hij de verzetsorganisatie Fiat Libertas kennen. Samen met Kloeg begint hij aan het uitzetten met de vluchtlijn naar Spanje. Deze vluchtlijn bracht de piloten eerst naar Weert waar ze achter Stramproy de grens werden overgezet bij Bree.


Het netwerk Fiat Libertas in grote lijnen met de belangrijkste schakels
Klik op de afbeelding voor een vergroting

Zo is bekend dat Tjeu Beelen op of rond 5 november 1942 twee Engelandvaarders (T. van Tijn en P.J. Koene) de grens heeft overgeholpen.
Ook is bekend dat de canadese piloot Agnus Maclean door Beelen de grens werd overgeholpen. Deze piloot schopte het later nog als minister. Hij heeft Tjeu Beelen nog in Tungelroy bezocht.
Lees hier het hele verhaal van Mathieu Beelen bij Fiat Libertas

Krantenartikelen over en met Tjeu Beelen:

- 05-05-1988 Er zijn nu veel meer schapen in Nederland - Canadese vlieger Angus Maclean na 44 jaar weer terug >>klik hier<<
- Thieu Beelen ontvangt zondag geredde piloot <<klik hier>>
- Canadese oud-minister op bezoek in Tungelroy <<klik hier>>

 

TRUUS SWINKELS-VAN GENEIJGEN

"VAN MACHTELOOSHEID VAAK MIJN OGEN DIK GEHUILD"

16 SEPT 1981
Zaterdag 20 december j.l onthulde Truus Swinkels-van Geneijgen uit Tungelroy in de Openbare Bibliotheek van Deurne een bevrijdingsbeeldje van kunstenaar Harry Storms, voorstellende een vrouwenfiguur die zich ontworstelt aan de gevangenschap. Dit beeldje werd de gemeente aangeboden door de werkgroep "Deurne 35 jaar bevrijd".

De vraag rijst nu: "Waarom gebeurt deze onthulling door een vrouw die in Tungelroy is geboren en getogen?" Daar blijkt al gauw een heel verhaal achter te zitten. Een verhaal dat meer lijkt op een spannende avonturenroman, dan op de levensgeschiedenis van een doodgewone vrouw. En toch is mevrouw Swinkels (zeg maar Truus) uit Tungelroy dit laatste. Een doodgewone vrouw, die zich in niets van andere vrouwen onderscheidt, tot............. ze begint te praten over de oorlog.

Eed afgelegd
Begin van de oorlog. In de kerk van Deurne bevinden zich een achttal mensen. Zij zijn daar stil samengekomen om de eed af te leggen, dat ze elkaar nooit zullen verraden, wat er ook gebeurt. Acht mensen uit het verzet. En n van die acht was de toen 19-jarige Truus van Geneijgen uit Tungelroy. Zij was door haar toenmalige verloofde, sergeant Piet Broouwers uit Deurne, bij de groep beland. Dit betekende het begin van enkele jaren vol angst, spanning en avontuur. Tot in Valkenburg toe haalde zij als koerierster geallieerde piloten op, om ze in het donker van de nacht over de Belgische grens te smokkelen.
"Want ik kende die hele grensstreek op mijn duimpje. Ik wist waar ieder paadje en zandweggetje naar toe voerde. De meeste mensen die ik over de grens moets brengen, kwamen vanuit Deurne. Het waren Amerikaanse, Engelse en Franse piloten en ook veel joden. In totaal 134 personen heb ik zo naar de vrijheid geholpen. Meestal voerde mijn nachtelijke tochten langs de Uffelse watermolen in Haler. Hier bevonden zich de minste Duitsers. Veelal gebeurde dit op een fiets met van die harde rubber banden en de piloot achterop. Want veel van die jongens konden niet fietsen. Onderweg werd nooit gesproken. Dit was te gevaarlijk. Want achter iedere struik of boom kon een Duitser zitten.

Bang
Bent u nooit betrapt?
Ja, n keer. Dat was in Stramproy, vlak bij de grens met een Engelse piloot. Opeens stonden we daar op een zandweg voor een Duitse patrouille. Razendsnel hebben de piloot en ik toen elkaar een arm gegeven, zodat de Duitsers dachten een echtpaar voor zich te hebben en ze gaven ons te verstaan verder te lopen. Nou, dat hebben wij toen maar wat graag gedaan. Nee, goddank is het verder allemaal goed verlopen. Vooral toen aan de overzijde van de Maas de hele keten van verzetstrijders werd opgerold, kregen wij hier aan deze kanten het extra druk.

134 maal illegaal de grens overgstoken; bent u nooit bang geweest?
Oh ja! Wie dit werk heeft gedaan en zegt nooit bang te zijn geweest, die liegt. Overal lag gevaar op de loer. Soms moest ik piloten verder weg met de trein ophalen. Dan kneep ik hem behoorlijk. Zeker als je langs de controles op het stations moest. Nu was het wel zo dat het verzet in deze streken goed georganiseerd was. Moest ik bijvoorbeeld met mijn fiets naar Deurne een piloot afhalen, dan bevonden zich op verschillende punten onderweg mensen van ons, die alles controleerden, voor het geval iets mis mocht gaan.

Koffer revolvers
Was was uw gevaarlijkste opdracht?
Mevrouw Swinkels denkt na: dan zegt ze, na eerst het kopje nog eens met koffie te hebben bijgevuld: "Dat was drie weken voor de bevrijding. Ik moest toen een koffer vol revolvers ophalen in het Franciscanenklooster op de Biest in Weert en deze met de trein naar Rotterdam brengen, waar ik de wapens in een klooster aldaar moest afleveren. Thuis vertelde ik dat het een koffer vol miskelken betrof, die men nog gauw in veiligheid wilde brengen. Dit was natuurlijk om hen gerust te stellen. Maar zelf wist ik drommels goed wat er in dat koffer zat. Die reis heb ik water en bloed gezweet. En controle en ik was erbij geweest.

Werd er bij een dergelijke onderneming door de knokploegen nog bepaalde veiligheidsmaatregelen getroffen?
Ja, op verschillende stations stonden dan enkele van onze mensen. Ik droeg bepaalde kleren waaraan ze me konden herkennen. Ik weet het nog precies: witte blouse, rode das en een donkerrode alpinopet. Ik bezat ook geen schuilnaam, maar werd overal met mijn meisjesnaam "Truus" aangesproken.

Nachten gehuild
Wisten de mensen uit uw omgeving wat u precies uitvoerde?
Mijn familie wel, maar voor de rest maar weinig. Soms zag iemand mij wel eens in het donker met de fiets vertrekken en dan werd er over geroddeld. Misschien dachten ze wel dat ik met de Duitsers heulde. Dat waren de moeilijkste ogenblikken van mijn leven. Ik had het willen uitschreeuwen en van de daken roepen, dat ik voor de goede zaak werkte, maar dat kon ik niet. Ik had de eed afgelegd om te zwijgen.En zo zijn er veel voorbeelden te noemen waarbij ik mij machteloos voelde. Zoals n keer toen ik opdracht kreeg om de Duitse wachtposten in Stramproy aan de grens af te leiden. Op dat moment zou Piet Brouwers, mijn verloofde, met drie Engelse piloten, allen in Duitse uniformen en met een Duitse legerjeep, de grens passeren. Het was duidelijk mijn opdracht de aandacht van de wachtposten proberen af te leiden. Maar sommige mensen die mij toen zagen praten met de Duitse soldaten, meenden dat ik met hen aan het flirten was, of nog erger, partij voor de bezetter koos. Er is toen veel over mij geroddeld en zelfs door een bepaalde persoon foto's van mij genomen. En ik kon niets uitleggen. Ik was machteloos. Nachten lang heb ik toen mij ogen dik gehuild. En zelfs nu nog, na al die jaren, speelt die onmacht mij nog parten. Verschrikkelijk was dat. Je bent bezig met een goede zaak en het wordt verkeerd begrepen, terwijl je niets kunt uitleggen.

In stilte
Waar haalde u de moed vandaan om dit allemaal te doen?
"Och, dat herinner ik mij zo precies niet meer. Ik vond gewoon dat ik koerierswerk moest doen. Misschien dat als er weer een oorlog zou uitbreken ik weer iets dergelijks zou doen. Maar ik was niet alleen hier in Tungelroy en Weert hoor. Er zijn veel mensen die in stilte gewerkt hebben en die best genoemd mogen worden. Zoals de familie Verhaag die veel Franse onderduikers in huis hebben gehad. En Fried Jacobs zaliger, die er voor zorgde dat ik bij een hier neergestorte Amerikaanse bommenwerker kon komen, door een paar Duitse wachtposten weg te lokken met de belofte aan eieren. Van de vijf bemanningsleden die zich nog uit dat vliegtuig hebben weten te redden, heb ik er toen nog n over de grens geholpen. En dan niet te vergeten Sjefke Gijsen, die mij toendertijd veel goede adviezen gaf. Zo heeft hij mij eens aangeraden om niet als koerierster naar de Duitse gensstreek te gaan. Ik ben toen hier gebleven en dat is waarschijnlijk mijn redding geweest. En in Weert had je juffrouw Ekerschot en professor Brummers van het college. En niet te vergeten de paters Franciscanen op de Biest. Vooral pater Dismas.  Terwijl bij de paters van de Heilige Geest, pater Cools de leidende figuur in het verzet was. Van hem heb ik nog een schilderijtje als aandenken gekregen. Ja, en zo waren er nog veel meer. Verschillende zijn er omgekomen.

16 doden
En toen de oorlog was afgelopen?
Toen kwam de grote schok. De plotselinge dood van mijn verloofde Piet Brouwers. Samen hadden wij alle gevaren getrotseerd en je was blij dat alles goed was beindigd. En dan opeens bereikte mij het bericht van zijn mysterieuze dood. Met vijftien kameraden, waaronder enkele Engelsen, lagen zij bij Venlo-Straelen aan de grens. Toen moet het onverklaarbare gebeurd zijn. Want mijn verloofde, die nooit dronk, schijnt toen met zijn kameraden een of meerdere flessen methyl-alcohol te hebben leeggedronken, in de veronderstelling dat het cognac was. Alle zestien werden ze doodziek en sommigen blind. Mijn verloofde is toen nog met spoed naar het ziekenhuis in Venray gebracht, maar stierf bijna onmiddellijk. Ik heb hem niet meer kunnen zien. Met militaire eer is hij in Deurne begraven . Het was alsof voor mij de wereld instortte.


   
Links Truus van Geneijgen en Piet Brouwers, rechts Truus als jong meisje
 

Wreedheid
Hoe denkt u nou achteraf over de Duitsers?
"Ik draag ze geen haat toe. Wij moeten vergevingsgezind zijn. Alleen een dergelijke mentaliteit kan een nieuwe wereldoorlog voorkomen. En laten we ons niets wijsmaken, het waren niet alleen de Duitsers die wreedheden begingen. Dat gebeurde aan twee kanten. Want na de oorlog ben ik aanwezig geweest bij de opgraving van gesneuvelde Duitse militairen in Margraten. Toen heb ik gezien hoe deze soldaten de vingers waren afgehakt, om de gouden ringen te bemachtigen. En dan hier in Weert. Hoe men de mensen waarvan men wist of soms slechts vermoedde dat ze het met de Duitsers hadden gehouden, op het stadhuis de haren werden afgesneden en de straat opgejaagd. En mt de ouders de totaal onschuldige kinderen. Zowel de paters op de Biest als ikzelf hebben hiertegen altijd vaak geprotesteerd. Dit is het recht in eigen handen nemen. Ja, er is veel onrecht begaan in de oorlog. Daar kan ik nog vaak niet over uit, aldus Truus Swinkels.

Oorlogsboeken
Heeft de oorlog geen wonden in u achtergelaten?
Ik heb tijden gehad dat ik diep in de put zat. Dan voelde ik weer die onmacht en zag ik weer die onrechtvaarigheid voor mijn ogen. Het zal wel daarom zijn, dat ik nooit oorlogsboeken of oorlogsfilms kijk. Ik kan het eenvoudig niet meer. En dan zijn er veel mensen die geld krijgen van de "Stichting 40-45". Veel personen zelfs ten onrechte. Maar ik wil geen cent hebben. Ik heb dit werk gedaan om mensen te helpen en daarmee is voor mij de kous af. Sommige piloten zijn na de oorlog nog bij mij geweest om me te bedanken. Dat heeft mij wel goed gedaan.
Heeft u ook onderscheidingen gekregen?
Oh ja, maar ik heb die altijd geweigerd. Zelfs de hoge Amerikaanse onderscheiding "Medal of Freedom". En een Franse onderscheiding evenzo.
Waarom?
Omdat ik vind dat ik dit niet verdeind heb. Nogmaals, ik heb dit alles gedaan om mensen te helpen. Alleen het Nederlands Mobilisatie oorlogskruis heb ik geaccepteerd. Wacht, ik zal het even laten zien...
Mevrouw Swinkels staat op en uit een oud strijkijzer in de woonkamer diept ze het metaal op. En de bijbehorende oorkonde. "Ik speld die medaille nooit op. Dat vind ik zo opschepperig, legt ze uit terwijl ze voor de derde keer de koffie bijschenkt.


Verzetsmedailles WOII. Links het Verzetsherdenkingskruis en rechts het mobilisatie oorlogskruis

Klik hier voor het officile document behorende bij het verzetskruis
Klik hier voor het officile document behorende bij het mobilisatie herdenkingskruis



Soldatenmoeder
Mevrouw Swinkels toont oude krantenknipsels uit de eerste jaren na de oorlog en daaruit blijkt dat juist dr die oorlogservaringen de toen nog jonge Truus van Geneijgen, bepaald niet op haar lauweren is gaan rusten. Opnieuw is zij prachtige initiatieven gaan ontplooien. Dit maal voor de Limburgse soldaten die naar het toenmalige Indi werden geroepen. Al deze jongens kregen van Truus een afscheidscadeau mee, in de vorm van radio's of electrische scheerapparaten. En weer een andere keer verzorgde zij 850 kerstpakketten voor de Limburgse jongens overzee. En al gauw ontstond zo de bijnaam "soldatenmoedertje". Hoe kwam Truus aan het geld voor deze akties?
"Ik bedelde het hele Land van Weert af. Bij voetbalwedstrijden, dansavonden en noem maar op. Op deze wijze haalde ik zo'n fl 6000,- bij elkaar. Bovendien heb ik nog eens met 400 jongens daar gecorrespondeerd. Er waren weken dat ik 137 brieven uit Indi ontving. De postbode, Kwaspen uit Stramproy destijds , had er de handen aan vol.
Hoe vond u tijd voor al uw activiteiten naast uw dagelijks werk op de boerderij?
Waar een wil is, is een weg. Dan stond ik gewoon wat vroeger op. Soms wel om vier uur in de ochtend. Ik heb in die tijd nog als verpleegster naar Indi willen gaan, , maar ja, moeder was dood en ik kon op de boerderij niet gemist worden.

Dagboek
Heeft u uw belevenissen nooit opgeschreven?
Vanaf mijn tiende jaar, toen mijn moeder stierf, houd ik een dagboek bij. Ook in de oorlogsjaren ben ik dit blijven doen. Niet pers iedere dag, maar wel consekwent. Ik heb alles nu uitgetikt en mijn kinderen zeggen dat ik het maar naar een uitgever moet brengen. Mogelijk dat er een boek in zit. Ik weet nog niet precies wat ik ga doen. Misschien dat het zinvoller is dat ik mijn oorlogsperiode en mijn werk als koerierster  er uit licht. Daar moet ik nog eens goed over nadenken. Maar ik laat het je weten als het zover is.

Ons gesprek is afgelopen Een openhartig gesprek met een moedige vrouw, die altijd recht door zee is gegaan. Die haar eigen weg is blijven volgen. Vaak tegen roddel en onbegrip in. Zij is nu getrouwd, heeft vijf kinderen en al twee kleinkinderen (waarop ik heel trots ben), en haar leven is rustiger geworden. Tot slot voegt zij er nog aan toe: "Mijn vurige wens is dat het nooit maar dan ook nooit meer oorlog zal worden".

Lees ook de volgende artikelen:


Klik hiervoor op het blok.

 

            

ONDERDUIKERS EN MILITAIREN IN TUNGELROY

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er veel militairen ingekwartierd geweest bij diverse inwoners. Soms zaten er wel 24 soldaten op een zolder bij iemand thuis. Maar in Tungelroy zaten ook veel onderduikers, waarvan Hallfers Nor wel de bekendste is. We verzamelen hier zoveel mogelijk namen van deze mensen. Maar ook de verhalen ontbreken niet.

Bij Pleunis zaten op zolder 24 militairen, waarvan er nog verschillende bij An Verdonkschot-Pleunis bekend zijn: Sergeant van Iersel, korporaal van Driel, Tjeu Coolen uit Hunsel, Tjeu Vaes uit Nederweert, Pietje van Asten, Mettes, van Wanroij, Winke Verweij, Koos Werkhoven, van Zundert, Pullers, Willem Steen, Gerard Dumas uit Venlo, Dolf Vervoort, Voets en Schutte.

An Verdonkschot verteld:

MOBILISATIE

1939. Mobilisatie. Ik was 11 jaar. Drie gezinnen het dichtst bij de brug kregen ieder 24 militairen ingekwartierd. Zij sliepen op de zolder op veldbedjes. Warm eten werd gebracht vanuit de kazerne uit Weert. De militairen kregen iedere dag een kuch gebakken met tarwemeel. Zo’n kuch kon je vergelijken met een halve tarwebrood. Die kuch dat was buiten het warm eten. Voor de rest van de dag kregen de militairen een vierkanten stalen bak en bestek. Wij moesten dat allemaal afwassen. Die bakken met hengsels dat waren krengen. Ons mam ging naar Weert en kocht bij Bonen in de Hoogstraat 24 diepe borden. De militairen vonden dat geweldig. Het waren de meest jonge mannen die goed konden eten. Met die kuch hadden ze eigenlijk niet genoeg.
’S avonds gingen ze bij caf Hoebe Tru een pintje pakken en als ze dan terug kwamen hadden ze honger.  Alles was op de bon. Mijn moeder had een grote gemetselde bakoven. Daar gingen negen broden in. Eens in de week bakte mijn moeder waarbij ze het koren en tarwe kreeg bij de kleine boertjes. Het was een heel gesjouw. Bij een boer kreeg ze 5 kg en bij de ander 10. In Tungelroy woonde een man die voor ons een molentje had gemaakt om dat koren en tarwe te kunnen malen. Wij allen waren heel blij en de militairen zeker. Want die hoefde niet met honger naar de zolder.
In het geheel waren er 72 militairen. Die moesten de brug bewaken. Achter ons huis tussen de wei en de grote weg hadden ze loopgraven gemaakt. Als er onraad was, bijvoorbeeld vliegtuigen in de lucht, dan ging het alarm af en gingen alle militairen de loopgraven in. Ze schoten op de vliegers in de lucht, maar zij schoten terug. Wij stonden allemaal buiten te kijken. De militairen riepen dan vanuit hun loopgraven: “gauw naar binnen jullie”, het is levensgevaarlijk”. Gelukkig is er niets gebeurd.
1940. De oorlog brak uit. Alle jongens waren op het appel aanwezig, ieder had zijn eigen taak. Wimke Verweijen en Koos Werkhoven moesten de brug opblazen. Onder de brug zaten 3 lonten aan beide zijden en een in het midden. Wimke was tenger maar watervlug. Hij moest die lont of lonten aansteken, Koos lag tegen het beekboord en hield Wimke in de gaten. Wimke stak het eerste lont aan maar dat mislukte. Toen kroop hij in het midden van de brug en stak daar het lont aan. Vliegensvlug sprong hij naar z’n maatje tegen het beekboord van de brug. De brug vloog in de lucht. Het was gelukt. Alle mensen van de Tuurkesweg moesten alle ramen open zetten en liepen allemaal het Tuurkesveld in. Dit gebeurde een half uur voordat de brug de lucht in ging. Dat was allemaal geregeld.
Een half uur na dit gebeuren hadden de Duitsers al een noodbrug klaar en konden ze weer verder. Het was een hectische tijd, maar ook een mooie tijd. Ik was 11 jaar en ik deed de communie. Van de militairen kreeg ik een schilderij. Het laatste Avondmaal.
Rechts voor de Tungelroyse Wallen stond een grote houten barak. Daar lagen veel Duitsers. Een hele hoge piet zat bij ons in de voorkamer. Die kamer moest ons mam afstaan voor de Duitsers. Als het donker werd moesten alle ramen verduisterd worden en er mocht geen spleetje licht naar buiten, anders stonden ze zo bij je op de stoep. Na 19.00 uur mocht niemand meer op straat. Voor de oorlog moest iedereen die een fiets gebruikte een fietsplaatje hebben. Dat was verplicht. Zo’n plaatje kostte f 2,50. Die Duitsers hebben dat afgeschaft. Zo deden ze dan toch iets goeds. Wij hebben geen last gehad van de Duitsers. Dat het oorlog was kon je merken doordat alles op de bon was. De paarden werden gevorderd. Dat is mijn grootvader zijn dood geworden. Mijn grootvader Jan Nouwen had een zwart paard waar hij enorm aan gehecht was. Toen hij hoorde dat zijn paard werd opgehaald werd hij ziek. Hij riep alsmaar om zijn paard. Een zeker iemand heeft er voor gezorgd dat hij zijn paard mocht houden, maar hij geloofde het niet. Ze zijn met het paard aan het slaapkamerraam geweest waar grootvader het paard vanuit zijn bed kon zien staan. Maar hij geloofde niemand meer. Hij heeft geroepen om zijn paard en zo is mijn grootvader gestorven. Vreselijk. Triest, zo een goeie opa.


Hollandse soldaten ingekwartierd bij Pleunis


Louis ten Berge zat ondergedoken bij Heurs Driek. Hij kwam uit Den Haag. Op Iemes zat ook een onderduiker: Frien Feijen. Later kwam daar Jan Lipman uit Den Haag bij. Bij de familie van Kimmenade zat de Assenaar Willem Kuijpers ondergedoken. Wullem van der Zande verbleef bij Bontje (Schenaarts). Bert Houben woonde in het kippenhok op Tieve (Beelen), waar in 1943 Joop Verbeek uit Voorburg bij kwam. Sjef de la Haye zat bij Bielemenkes (Kuppens). Hij kwam uit Valkenburg.

Bij de familie Peeters zat in 1943 Frits Molenkamp ondergedoken bij Peeters. Dat deze Flip in Tungelroy terecht kwam zat zo: een broer van Flip was priester gewijd in Weert bij de paters van de Biest vr de oorlog. De familie Molenkamp at bij die gelegenheid bij de familie Bergmans, een familie uit Leiden, waar Mieke Peeters (van Peeters-Stevens, biej Rutte Neel of Vleis-Neel)) werkte. Na de oorlog kwam de familie kijken waar hij gewoond had. Hier was ook een zus van onderduiker Flip bij, Corrie. Zoon Christ Peeters (van Cornelis Hubertus Peeters en Joanna Maria Stevens) was de contactpersoon waar de familie Molenkamp naar schreef. Later (1948) trouwde Christ met de zus van onderduiker Flip, Corrie.
Ze kregen 5 kinderen!

Bij Ingels (van Geluken) zat Jac Peeters uit Nijmegen ondergedoken. In de kelder van Driek Verdonkschot zaten 3 onderduikers, Sjang Lenders (zoon van Paol Doorke) zat bij Jac Gerris aan de Maaseikerweg.

 

De situatie bij Verhaag aan de Hulsweg tijdens WOII en andere herinneringen hierover

Door: Christ Verhaag

Herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog:
Op 10 mei 1940 hoor ik mijn vader s'morgens om 4 uur roepen: "Harie (mijn oudste broer), opstoan, ut is oorlog".
De lucht was vol vliegtuigen, kort daarna trokken bij ons over de zandweg allerlei oorlogsvoertuigen langs, daarbij ook veel voertuigen die door paarden getrokken werden, o.a. kanonnen en wagens met bewapende soldaten, voetvolk, etc. Ik moest nog 2 maanden naar school om mijn zevende klas af te maken. Daarna heb ik nooit geen onderwijs meer gehad.
In januari 1941 vond mijn broer s'morgens vier franse soldaten op de koeiestal, die waren gevlucht uit een krijgsgevangenkamp. Zij hadden hun Franse soldatenkleding nog aan, met een heel lange cape tot aan de voeten. Mijn ouders hadden de kachel aangemaakt en spek gebakken. Toen begrepen de Fransen dat ze veilig waren. Mijn moeder had blijkbaar toch nog iets tekort en stuurde mij naar Sjeep-Moeke om nog iets te kopen in de winkel. Ik zei tegen Sjeep-Moeke dat er bij ons 4 Franse soldaten in huis waren. Sjeeps-Moeke legde heel snel haar wijsvinger tegen haar lippen en zei mij dat ik dat tegen niemand meer mocht zeggen omdat dat heel gevaarlijk was. Kort na de middag kwam Cor (Zoon van Sjeep-Moeke) met nog enkele andere mannen die burgerkleren kwamen brengen voor de vluchtelingen.
Na vele nachtelijke zwerftochten zijn zij uiteindelijk in Engeland terecht gekomen. Tijdens de oorlog zelf hebben zij meegevochten en overleefd. Na de oorlog hebben mijn ouders jarenlang nieuwjaarskaarten van alle vier gekregen. De een was politieagent, de ander postbode, weer een ander slager en een drukker. Een van de vier heette Andr Mauroux. En van hen is er na de oorlog bij ons thuis geweest. Na de oorlog heeft mijn vader van Generaal de Gaulle daar een onderscheiding voor gekregen.

In december 2012 ging ik Frits van de Sjoemaeker (Frits Verdonkschot) bezoeken in het bejaardenhuis van Maaseik. We hadden elkaar 62 jaar niet meer gezien. In de oorlog kwam hij op zondag voetballen bij ons voor de deur in die grote weide samen met zijn twee broers, Jef en Sjeng. Ook de drie broers van Pleunis, Jan, Sjaak en Harry en natuurlijk nog een aantal anderen. Ook zette hij vaak op zondag samen met zijn vader de fiets tegen de gevel en dan gingen ze samen in het houtgewas naar de vogeltjes kijken.

 


 


Afweergeschut (Artillerie) in Tungelroy WOII, lokatie onbekend


Bert Houben uit Hunsel. Onderduiker in Tungelroy in 1944


Bomkrater biej Linj Tungelroy

Bommen en neergekomen vliegtuigen in Tungelroy

Hieronder treft u aan een artikel over neegekomen vliegtuigen in Tungelroy en een overzicht van de bombardementen die Tungelroy in de tweede wereldoorlog troffen.

Op zondag 7 november 1943 hoorde ik, Jacobus HUbertus Smeets, hoofdwachtmeester van politie te Weert en onbezoldigd rijksveldwachter, verschillende vliegtuigen, vermoedelijk van Engelse of Amerikaanse nationaliteit, over deze gemeente, komend uit het westen en vliegend in oostelijke richting. Zoals ik, relatant, van de op straat surveillerende politie, wachtmeester Hochstenbach en hulpagent Verscheijden, vernam, werden deze vliegtuigen aangevallen door een Duitschen jager en ontstond boven deze gemeente een luchtgevecht in de omgeving van het gehucht Tungelroy. Onmiddellijk daarop werden kort achter elkaar een groot aantal brisant- en brandbommen afgeworpen, welke alle, op 11 fosforbrandbommen na, tot ontploffing kwamen. Kort daarop werd luchtalarm gemaakt. Bij onderzoek bleek dat op het gehucht Tungelroy te Weert over een lengte van ongeveer 4 km in totaal 52 brisantbommen waren afgeworpen.

 


7-11-1943 Tungelroy, brisantbom

Engelse gunner Gordon Langley sneuvelt bij Tieve Wullem

Een onderdeel van de Black Rats, het 4e regiment van de Royal Horse Artillery arriveren in september van 1944 in de straten van Weert. Enkele weken later bivakeert een onderdeel hiervan bij Tieve Wullum (Beelen-Gielen), waarbij een leegstaande schuur dienst deed als centrale keuken.
14 november 1944, dinsdag:
"Die dag om 16.00 uur barst een trommelvuur uit een groot aantal tanks los. Het vuur werd geopend op de Duitsers die zich verschanst hielden achter het kanaal Wessem-Nederweert. Een oorverdovend lawaai, urenlang."

".... maar plotseling werd er hevig teruggeschoten door de Duisters. Duitse granaten ontploften overal. Een daarvan viel op het erf en ontplofte vlak voor de houten schuurdeur, waar zich nog enkele Engelse militairen bevonden. Een scherf trof de 25-jarige gunner Gordon Langley.


Graf van Gordon Langley bij Tieve Wullem in Tungelroy
Later is hij begraven op het oorlogskerkhof te Nederweert