De Nederlandse Arbeidsdienst: Kamp "De Wallen"

De Nederlandse Arbeidsdienst was een overheidsinstelling, die oorspronkelijk niet nationaal socialistisch van opzet was, maar waarvan al zeer snel het kader samengesteld was uit nazi gezindten. Het werd een semi-militair apparaat volgens Duitse opzet, dat bij het gros der Nederlanders allerminst gezien was en feitelijk alleen diende als wervingscentrum voor dienst in het leger van het Derde Rijk.

Het devies “Ick Dien” van de NAD werd al in 1933 door het Verbond voor Nationaal Herstel van Generaal Snijders gebruikt. De slagzinnen van de NAD waren: ‘Eerbied voor den Arbeid’ en ‘door arbeidsvreugde tot levensvreugde’. Aanvankelijk bestond de NAD uit vrijwilligers, maar op 1 april 1942 werd hij verplicht gesteld voor alle jonge mannen van 18 tot 23 jaar. Vanaf die datum werden bepaalde categorieën verplicht opgeroepen. In 1943 moest zelfs een gehele jaarlichting (1925) eraan geloven.

Naast marcheren en exerceren, was het de bedoeling dat de Arbeidsdienst zich zou gaan bezig houden met grondwerken, wegenbouw, bosbouw en grondbewerking. Graven van sloten en greppels, versterken van taluds, plaatsen van duikers, dammen (voor het afsluiten van sloten, enz.), ophogen van dijken, onderhoud van watergangen, draineren, ontginning, onderhoud plantsoenen, aanleg en onderhoud van grasvelden, moestuinen (onderhoud, aanleg). Hiervan is echter weinig terecht gekomen. De werkzaamheden ‘beperkten’ zich tot het ontginnen van heide gebieden en het rooien van aardappels ten behoeve van de voedselvoorziening. Later moest er worden gewerkt voor de Duitsers, zoals zovele Nederlandse mannen.

In tegenstelling tot de arbeidsvrouwen (zij waren allen vrijwillig toegetreden) bevonden zich onder de arbeidsmannen maar heel weinig pro-Duitse elementen. De arbeidsmannen werden onder toezicht van de Nederlandse Heidemaatschappij ingezet bij ruilverkavelingsprojecten, later ook bij de oogst. Hun prestaties waren in de regel gering. Tot 1944 werden zij niet ingezet om werkzaamheden voor de Duitsers te verrichten. Weliswaar werd er in algemene zin in de kampen veel propaganda gemaakt voor het nationaal-socialisme, maar daar bezweken slechts weinigen voor. In de meeste kampen werd de order dat er collectief geluisterd moest worden naar Max Blokzijls radiotoespraken, genegeerd. De stemming in de kampen werd zo, ondanks de pogingen daartoe van de bezetter, niet of nauwelijks beïnvloed door de politiek. Eventuele activiteiten van nazigezinde kaderleden werden door die van andersdenkende kaderleden meestal geneutraliseerd. Als nationaal-socialistisch vormingsinstituut is de Arbeidsdienst dus mislukt. Dit blijkt ook uit het feit dat slechts een klein aantal vrijwilligers zich in het verband van de Arbeidsdienst voor de Oostinzet meldde: 300 man in de zomer van 1942. In 1943 werden 25.000 man voor de Arbeidsdienst opgeroepen; slechts 600 van hen meldden zich nu aan voor de Oostinzet. Al met al was de Arbeidsdienst voor veel afzwaaiende verplichte arbeidsmannen niet louter een slechte ervaring geweest. De Arbeidsdienst had zelfs twee punten van aantrekkelijkheid: hij bood de gelegenheid om aan de Arbeidsinzet in Duitsland te ontkomen en verder was, bij de voortdurende verslechtering van de levensmiddelendistributie, het goede eten in de arbeidskampen van grote betekenis.


Li: Appel Kamp Tungelroy. Re: klaar om te gaan werken mét schop, Kamp Sluis 16 (Nabij Zuid-Willemsvaart)

De anti-Duitse stemming in de kampen was Bethmann (General Arbeitsführer van de Reichsarbeitsdienst, dus hoofd van de NAD) een doorn in het oog. Hij probeerde deze de kop in te drukken door allerlei maatregelen van L. A. C. De Bock te eisen (De Bock was waarnemend commandant), waaronder het verplicht brengen van de Germaanse groet (dat is de Hitlergroet zonder het uitspreken van de woorden ‘Heil Hitler’) en het ondertekenen van een nationaal-socialistische geloofsbelijdenis door het kader. De Bock had dit steeds tegengehouden. Toen op 31 augustus 1943, de verjaardag van koningin Wilhelmina, in tal van kampen het Wilhelmus was gezongen en bovendien op De Bocks verjaardag op 14 september in het stafkwartier een toast op de koningin werd uitgebracht, eiste Bethmann dat er hard werd ingegrepen. De Bock liet kort daarna (11 oktober) een schrijven rondgaan waarin hij de Germaanse groet voor het hele kader van de Arbeidsdienst verplicht stelde. Binnen de Arbeidsdienst ontstond hierdoor grote deining. Deze nam nog toe toen begin november bleek dat men schriftelijk verklaren moest voortaan de voorgeschreven groet te zullen brengen. Een kwart van het kader nam ontslag, de andere kaderleden probeerden de groet zoveel mogelijk achterwege te laten.

Filmpje NAD Tungelroy:
De Nederlandse Arbeidsdienst aan het werk -> klik hier

Dagboek Jan Berlijn
Verslag Jan Berlijn over de NAD (dagboek kamp bij Sluis 16) -> klik hier

Op 1 september 1944 gaf Bethmann de opdracht 4 dat 1800 man van de Arbeidsdienst moest worden ingezet voor het graven van loopgraven. De Bock weigerde hieraan mee te werken. De anti-Duitse kaderleden gaven aan de leiding van de kampen van de Arbeidsdienst door dat ze onmiddellijk de kampen moesten ontruimen wanneer het gevaar dreigde dat nieuwe afdelingen van de Arbeidsdienst bij werk voor de Wehrmacht zouden worden ingeschakeld. Dit gevaar werd niet afgewacht: op Dolle Dinsdag (5 september) stroomden de kampen leeg. Aan het einde van Dolle Dinsdag waren bijna alle arbeidsmannen en was driekwart van het kader verdwenen. Op 6 september werd De Bock door Bethmann afgezet en vervolgens werd het restant van de dienst bij allerlei werk voor de Wehrmacht ingeschakeld.


Li: Kamp Tungelroy, klaar voor het werk; re: Ontginning Wijfelterbroek door de NAD

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er van een normaal bestuur van de gemeente Weert geen sprake. In de periode van augustus 1941 tot augustus 1945 fungeerde er geen raad. Burgemeester Kolkman werd in 1942 aan de kant gezet en opgevolgd door de  NSB-er J.H.W. Rösener Manz. Na diens vlucht in september 1944 keerde Kolkman terug als burgemeester.
De plek waar het kamp in Tungelroy wordt gebouwd betrof de plaats waar toen de Burgerwacht hun schietterrein had. Ook voetbalclub Olympia (de voorloper van Crescentia) hadden hier hun voetbalveld.
Tungelroy was het kamp van de afdeling 6-8 van de NAD. Op 17 april 1941 worden er mensen in Tungelroy gevraagd of ze willen helpen het kamp te bouwen. Men zoekt mensen die willen graven, metselen, timmeren, etc. Gemiddeld verdient men er dan fl 0,35 tot fl 0,45 cent per uur. Op 9 juni 1941 arriveren de eerste 3 barakken in het kamp. Ze komen uit Denemarken. Een aantal dagen later, op 15 juni 1941 vindt er een inspectie plaats van hoge NAD officieren. In mei 1942 werken de mannen van het NAD aan produktieslag 42: ontginning van "De Krang". Voor de H. Mis bezoeken de mannen ook wel eens de Piuszaal waar speciaal voor hun de H. Mis wordt gehouden.

In Weert lag er nog een kamp, namelijk bij Sluis 16. De barakken in de Tungelroyse Wallen lagen op den 2 ha groot gebied waar voor de Tweede Wereldoorlog de burgerwacht uit Weert hun schietbanen hadden. Er stonden in totaal 17 barakken van verschillende grootte. Er werkten ongeveer 225 mannen.  Het werk bestond uit o.a. het ontginnen van het Wijfelterbroek, wegen herstellen en het aanleggen van sloten o.a. op de Pelmersheide en de Huslweg. Als de jongens vrije tijd hadden, gingen ze ook wel naar Tungelroy. Ze zochten dan gezinnen op om gezelligeheid te zoeken, die ze natuurlijk mistte. Er zijn zelfs leden van de Arbeidsdienst die nog lang contact hebben gehouden met mensen uit Tungelroy. In december 1943 werden er door de politie van Weert 8 mannen uit het kamp opgehaald en ingesloten. Zij werden beschuldigd van diefstal.


Li: NSB Burgemeester van Weert Rösener Manz opent een aangelegde weg Re: de NAD marcheert kamp Tungelroy binnen

Uit beschrijvingen van D.C.L. Schoonoord in “Het circus Kruls”, militair gezag in Nederland 1944-1946 blijkt dat vlak nadat de NAD vertrokken was uit het kamp te Tungelroy er door luitenant-kolonel Manion, stafofficier Displaced Persons & Refugees van First Canadian Army 57 asocialen werden ondergebracht in het kamp te Tungelroy. De reden hiervoor was dat er, nadat Nederland bevrijd was, nergens onderdak gevonden kon worden. Bovendien was het in Nederland een grote chaos. Ze hebben er waarschijnlijk maar kort gezeten, maar zeker is wel dat ze eind 1944 overgebracht werden door 513 Civil Affairs naar een nieuw onderkomen in Maarheze. Tot mei 1945 bleven er nog Engelse en Amerikaanse soldaten in het kamp.
Daarna heeft het kamp niet leeg gestaan want het werd gebruikt als opleidingskamp voor de Koninklijke Marechaussee. Het kamp had toen het adres: Tungelroy 106.

Krantenartikelen NAD:
Te koop dennendunsel Kanton Weert 23-01-1942. Klik hier >
Een middag bij den arbeidsdienst, De Nieuwe koerier.
Klik hier >
Sokkenstopsters gevraagd NAD Sluis 16, Kanton Weert 26-6-1942.
Klik hier >
Samenkomst Belgische Gendarmerie en Nederlandse Koninklijke Marechaussee in Tungelroy, Kanton Weert, 23-07-1948.
Klik hier >
Gevestigde marechaussees te Tungelroy 106. Kanton Weert 1949.
Klik hier >

Woonoord Tungelroy

Op 20 januari 1951 is aan de Molukse ex-KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) militairen (destijds nog Ambonese militairen genoemd), die niet op Java wensten te demobiliseren, toegezegd dat ze ook naar de Zuid-Molukken konden worden teruggebracht, zoals bij Militair Besluit van het Koninkrijk der Nederlanden uit 1835 al was vastgelegd. Echter, op 12 februari 1951 is de Nederlandse regering om politieke redenen hierop teruggekomen en kregen de Molukse ex KNIL-militairen een dienstbevel om tijdelijk naar Nederland te worden overgebracht.

Citaat bij de inscheping door een kapitein:
"Wees maar niet bang. Bij aankomst in Nederland zal de Nederlandse regering jullie goed behandelen, want daar krijgen jullie allemaal een groot stuk grond, waarop jullie kokos- en sago-palmen kunnen planten". Tussen maart en juli 1951 kwamen circa 12.500 Molukse ex KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland aan. De Molukkers werden eerst naar Amersfoort gebracht alwaar ze een woonplaats kregen toegewezen. Ook kregen de mannen te horen dat ze ontslagen waren uit het leger. Wel hadden de Molukse militairen altijd geweten dat de status van militair bij de Koninklijke Landmacht hen slechts tijdelijk was toegekend, maar het was ze in Indonesië ook toegezegd dat ze pas op de plaats van hun keuze zouden worden gedemobilliseerd. En die plaats van keuze was in elk geval niet Nederland. Bij een aantal transporten naar Nederland is het voorgekomen dat Molukse KNIL-militairen niet meer dan 3 kinderen per gezin mochten meenemen.

    
In het ambonezenkamp Tungelroy


De eerste aankomst in Nederland is op woensdagavond 21 maart 1951, als de Kota Inten afmeert aan de Lloydpier te Rotterdam. Aan boord zijn ongeveer 900 Molukkers. Er volgen nog elf aankomsten van grote scheepstransporten met duizenden mensen die vanuit Java naar Nederland worden gebracht. Zij en hun meereizende gezinsleden weten niet anders dan dat ze tijdelijk naar het onbekende Nederland worden overgebracht. Van tijdelijkheid is echter geen sprake. Voor de meesten zal er geen weg terug blijken te zijn.


Na de politieke omwenteling in 1949 waren het de Indonesiërs die hem buitensloten. Molukse KNIL-militairen werden als collaborateurs gezien. En op school werden hun kinderen behandeld "als loslopende honden" zoals August het omschrijft. Tien jaar was hij, toen een groep oudere jongens hem na schooltijd opwachtte. "Ze duwden me op de grond, trokken mijn kaki uniform uit en schilderden met rode en witte verf de Indonesische vlag op mijn rug: "Daar, landverrader!" Ik durfde bijna niet naar huis. Zo bang was ik dat mijn vader mijn rug zou zien.
In het voorjaar van 1951 vertrokken Esther en August met hun ouders naar Nederland. De bootreis vonden ze avontuurlijk: "Er was een zwembad, je kon zelfs naar de film!" Na aankomst kregen de militairen ontslag en werden verdeeld over spartaanse "woonoorden": "voormalige concentratiekampen, werkkampen en kloosters. Want er heerste woningnood in het naoorlogse Nederland. Normale huizen waren niet beschikbaar. 
Het gezin Nahumury betrok een barak in Tungelroy. Hun woonruimte was een kamer van twee bij vijf meter, met een gordijn verdeeld in een woon- en een slaapgedeelte. "We kwamen 's nachts aan, maar de volgende ochtend was ik al vroeg op", vertelt August. "Terwijl iedereen nog lag te snurken, sloop ik het kamp uit. Aan de horizon zag ik namelijk een torenspits. En ik had op plaatjes van Hollandse dorpen gezien dat de school altijd vlak bij de kerk stond".
"Aangezien de meeste woonoorden ver buiten de bebouwde kom lagen, werd het een fikse wandeling. Maar toen ik eindelijk in het dorp aankwam, hoorde ik opeens kinderstemmen: een schoolplein! Zodra de kinderen mij zagen, holden ze op mij af en gilden: "Zwarte Piet, Zwarte Piet". Ach, die kinderen wisten niet beter. Gelukkig kwam er een meester bij, die zelf warempel net uit Indonesië was teruggekeerd en Maleis sprak. Dankzij hem kwam August in de eerste klas. Lachend: "Daar zat ik dan als puber in die schoolbankjes. Nóg voel ik hoe de tafel op mijn bovenbenen drukte". Esther had op de 'nonnenschool' in Jakarta al Nederlands geleerd. Maar voor August is de late start van zijn opleiding een struikelblok gebleven. "Om mijn eigen kinderen geen taalachterstand te laten oplopen, heb ik mezelf gedwongen om thuis Nederlands te praten. Met als gevolg dat ze geen Maleis spreken en dat is jammer. "Esther: onze oudste zoon heeft later cursussen Indonesisch gedaan. Maar eigenlijk hadden we ze tweetalig moeten opvoeden".


Woonoord Tungelroy, rechts nog een bestaande fundering


Op 21 juli 1950 verschijnt er in het Land van Weert de aankondiging van de komst van de Molukkers naar het kamp te Tungelroy. Op dinsdagavond 8 augustus arriveren zij in Tungelroy. In heel Nederland waren er in totaal 90 van zulke kampen. De bestaande zweedse barakken werden omgebouwd tot wooneenheden. Aanvankelijk was het de verwachting dat er 30 gezinnen gehuisvest konden worden, maar dat werden er uiteindelijk 45 in totaal. In het kamp was een kerkje, een centrale keuken, een schooltje, een danslokaal en een ziekenboeg gevestigd. Er was zelfs een brandweerruimte. Ook waren er twee vijvers, schommels en een wip. De eerste jaren werden de molukkers volledig onderhouden door de Nederlandse Staat en kregen ze warmere kleding. Toen de Nederlandse Staat in 1956 besloot de stoppen met enkele voorname voorzieningen werden aan de barakken kleine keukens gebouwd, zodat de gezinnen hun eigen maaltijd konden maken. Al die jaren dat de Molukkers in het kamp hebben gezeten, leefden zij altijd met de gedachten dat ze op een dag weer terug naar huis konden keren. Dit is niet gebeurd. Halverwege de jaren zestig werden er woningen in Leuken gebouwd die bestemd waren voor de Ambonezen. In november 1968 moest iedereen het kamp verlaten. Het is logisch dat er gezinnen waren die protesteerde, maar uiteindelijk moesten ook zij "woonoord Tungelroy" verlaten. De barakken werden bij openbare inschrijving verkocht. Daarna werd alles gesloopt en opgeruimd en het gebied werd "teruggegeven aan de natuur". Heden te dage wordt de plek in de zomer vaker gebruikt door scoutinggroepen. Soms zie je er ook nog een Ambonees een wandeling maken.......... Zij wonen er immers niet ver vandaan...
Op zaterdag 19 september 2009 werd er nog een reünie georganiseerd door de Molukse gemeenschap in Weert.


Li: schilderij van Nahumury, wellicht Tungelroyse Beek, rechts passagierslijst van Ambonezen bij aankomst in Nederland

Toen ik mijn schoonvader vertelde dat ik een huis wilde kopen, zei hij: "Waarom? We gaan straks toch weer terug?"
Een typerende reactie, benadrukt August Nahumury(74). "Ik ken oude mensen die tot op vandaag hun hutkoffer niet hebben uitgepakt".



Limburgs Dagblad, vrijdag 5 oktober 1956


eten bij de ambonezen met dorpspolitieagent Dhr. Hermans (De Booij) 05-10-1956
Buiten de politieagent Dhr. Hermans was er ook een kampbeheerder. Dit was Dhr. Peeters die met zijn gezin op het kamp woonde.
 

 
Klik op de plaatjes om het interview te lezen. Tweede intervieuw stond in een schoolkrant

Verslag van Benny Corputty, inwoner geweest van woonoord Tungelroy -> klik hier


Kamp Tungelroy cq Woonoord Tungelroy anno 2013. Alsof bovenstaande geschiedenis niet heeft plaatsgevonden...


Nadat het kamp verlaten was kregen de mensen de gelegenheid een barak te kopen. Deze barakken werden dan o.a. gebruikt als tuinhuis voor het opslag van materiaal zoals hier in de voormalige tuin van Thieu en Nel Lenders-Stals aan de Tungeler Dorpsstraat (nu van John en Linda Kessels)

Filmpjes:
Reünie september 2009 in de Tungeler Wallen. Klik op onderstaande link:
http://www.woopie.jp/video/watch/568955c046f3a5cf?kw=Tungelroy&page=1&return=authorization&res=fail&code=213
Reünie september 2009 in de Tungeler Wallen. Klik op onderstaande link:
http://www.woopie.jp/video/watch/37e5c9b9c1a8f54d?kw=Tungelroy&page=1&return=authorization&res=fail&code=213

Krantenartikelen:
Kamp Tungelroy wordt gezinsoord. Land van Weert, 21-07-1950. Klik hier>
KNIL gezinnen in kamp Tungelroy aangekomen. Kanton Weert, 11-8-1950. Klik hier>
Rumoer rond het gerepatrieerdenkamp te Tungelroy. Kanton Weert, 08-12-1950. Klik hier>
Jongen viel dood te Tungelroy. Limburgs Dagblad vrijdag 5 oktober 1956. Klik hier>
Weert, excuses aan Molukkers, Limburgs Dagblad 22-05-2012. Klik hier>


Kanton Weert, 4 augustus 1961


Land van Weert, 09-06-1966


Land van Weert, 19-12-1968

Tijdens de verkoop van de barakken komen er ook enkele barakken in Swartbroek terecht bij Jo Haanen. Anno 2013 staan deze barakken nu op de nominatie om gesloopt te worden. Een impressie van de barakken die uiteindelijk nog lang dienst hebben gedaan.....

Voor vragen of opmerkingen over deze pagina: info@erfgoedtungelroy.nl